Hoe zorg ik dat ik weer plezierig, lekker en zinvol kan werken?

"Dit is mij nog nooit gebeurd, terwijl ik al 16 jaar voor groepen sta. Ik heb veel meer moeite met deze groep dan ik normaal heb en de ouders werken ook al niet mee. Op deze manier heb ik er niet veel zin meer in. Hoe krijg ik die klas op de rails, zodat ik weer met plezier kan werken?"

Een basisschool ergens in Noord-Holland. Samen met leerlingen, leraren en ouders ontwikkelde ‘Beter Functioneren’ een traject voor een klas. Centraal stond de onderlinge sociale omgang en ‘het leren’ van de kinderen. De basis van aanpak? Een aantal openhartige gesprekken met de ouders en het gezamenlijk bespreken en schetsen van de meest wenselijke situatie voor alle betrokkenen voor het komende schooljaar.

Het resultaat? Zelfredzaamheid in de vorm van tien door kinderen, leraren en ouders gezamenlijk ingerichte lessen met ouderbijeenkomsten en afsluitend feest. Zij hadden immers zelf het meeste last van de dagelijkse problemen en wilden er dolgraag vanaf. Een betere motivatie voor verbetering bestaat er niet.

Met betrokkenen zoeken naar wat er uiteindelijk wél kan, levert meer op dan het zoeken naar wat er allemaal mis is. Dat blijkt uit onderzoek (Galjé, 2009).

‘Wij willen het zo’ geeft zoveel meer vermogen, plezier en vooruitgang dan ‘zij doen het niet goed’. Het is dus zoeken naar de wensen achter de verwijten. Dat gebeurt door bezig te zijn met de leerlingen, met elkaar als team en bijvoorbeeld met ouders samen. Niet praten over, maar uitproberen. Het is een constante repeterende beweging van uitproberen van beproefde methodieken. Bevalt het niet? Dan stellen we bij. Werkt het wel? Dan bouwen we daarop voort.

Werken op maat

Werken op maat kan niet zonder écht luisteren. Samen met de opdrachtgever en betrokkenen bepalen we de koers. Deze koers blijven we evalueren en bijstellen waar nodig. Tot op de dag van vandaag. Dit gebeurt onder het mom van: meer doen van wat werkt, minder van wat niet werkt.

In dit geval betekende dat bijvoorbeeld: minder praten over de problemen met de ouders en de kinderen. Juist meer praten mét de ouders en de kinderen. Door de struikelblokken en wederzijdse verwachtingen met elkaar te bespreken, ontstond er direct meer samenwerking en afstemming. Hierdoor voelden alle partijen zich voor het eerst echt serieus genomen.

Kwaliteiten betrokkenen centraal

De kwaliteiten van de betrokken werden centraal gesteld in de te plannen activiteiten. Uiteindelijk werkte dat ook hier het beste. Een team van professionals kan het echt wel zelf. En ze heeft soms een zetje nodig in de richting van zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Oftewel: met de begrippen autonomie, relatie en competentie (de 3 van Stevens, 1994) hoog in het vaandel voor alle betrokkenen aan de slag!

* In een gesprek met alle belanghebbenden op zoek naar de gewenste aanpak

* ‘On the job’ sociale vaardigheidstraining met kinderen en leerkrachten

* 2 ouderavonden voor en na bovengenoemde training

* 2 studiedagen (tot op vandaag) met het hele team ten behoeve van visie-ontwikkeling, samenwerking en communicatie.

Snel en adequaat handelen

De ene groep is een eitje, de andere geeft u grijze haren. Als ervaren professional heeft u alles al geprobeerd, maar weinig lijkt te lukken. Hoe draait u dan de negativiteit weer om? Zodat kinderen weer lekker kunnen werken en u het weer naar uw zin heeft voor die groep? Ook hier is geen kant en klare oplossing voor. Snel handelen met oog voor alle betrokkenen is in ieder geval van belang.

Wat is het probleem?

Eerst zorgen dat duidelijk wordt wat het probleem is. Van leerlingen tot teamleden en ouders: alle betrokkenen konden haarfijn aangeven wat er in hun ogen mis was en wat ze wilden voor de toekomst. Een kwestie van zorgvuldig afstemmen dus. Daarna ging het werken aan verbetering van de onderlinge contacten en de sfeer als vanzelf. 

Uitgaan van wat wel kan

Er is geen paardenmiddel om dergelijke complexe situaties te laten verdwijnen. Wat er wel is? Een team met vaardige en ervaren professionals, ouders die het beste voor hebben met hun kinderen en ook graag willen dat het weer lekker loopt. En vooral: kinderen die het liefst lekker willen werken en het fijn willen hebben in de klas. Hoe krijg je die krachten en belangen weer allemaal in een wenselijke stand? Hoe kun je ervoor zorgen dat iedereen bijdraagt aan het verbeteren van de situatie? In ieder geval: meer doen van wat werkt en minder van wat niet werkt.

Vertrouwen opbouwen

Het investeren van een schoolteam in een vertrouwensband met de ouders loont. Dat blijkt uit het begeleidingskundige onderzoek ‘de gastvrije school’ (Galjé, 2009). Onderlinge problemen zijn dan gemakkelijker te bespreken en op te lossen. Bovendien neemt de bijdrage van ouders aan activiteiten in en om school toe. En de tevredenheid onder ouders en teamleden groeit snel

Positieve samenwerking

Bewust inzetten op gelijkwaardigheid, wederzijds vertrouwen, respect en openheid. Dat heeft een positieve invloed op de samenwerking tussen verschillende partijen. Niet alleen wanneer er een incident of probleem te bespreken is. Juist in situaties als dat niet aan de orde is. Contact en plezier zijn de basis van nieuwsgierigheid en vertrouwen in elkaar. Zo ontwikkel je nieuwe ideeën en boek je samen vooruitgang.

Blijven investeren

Belangrijk: blijf vanuit de eigen organisatie investeren in alle betrokkenen. Bouw vertrouwensrelaties actief op, faciliteer positieve contactervaringen en ondersteun de kwaliteit van het team.